Wat betekent sociale media 24/7 per afdeling?

Het leuke van het model dat ik samen met Hyves heb ontwikkeld, is dat het niet alleen houvast geeft om naar het sociale media-beleid van organisaties te kijken. Maar ook dat met de ervaringen van deze organisaties het model zelf verder ontwikkeld kan worden. Inderdaad, een mooie yin-yang-symbiotische-geven-en-nemen-relatie.

Zo werd ik erop geattendeerd dat de kwadranten vertaald kunnen worden naar afdelingen. Hieronder een eerste invulling. Ongetwijfeld voor discussie vatbaar, maar in het kader van wie-niet-kan-delen-kan-niet-vermenigvuldigen deel ik het vast.

Opgemerkt dient te worden dat één afdeling de centrale verantwoordelijkheid moet krijgen voor het overkoepelende beleid. Dus het schema geeft vooral aan met welke afdelingen deze per domein samenwerkt.

Met dank aan Rob Remeijsen voor het inzicht.

Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Hoe merken 24/7 sociale media kunnen gebruiken

De periode dat ik bij Hyves zat, viel het me op dat veel merken succesvol gebruik maken van sociale media. Maar dat dat meestal kortstondige activiteiten zijn. De campagnes zijn een beetje als mopjes, ze zijn leuk en makkelijk door te vertellen. Maar ze hebben een korte houdbaarheid. Een mop hoef je niet meerdere keren te horen.

Daardoor moet er keer op keer iets nieuws verzonnen worden. Dat is best vreemd, want mensen zijn structureel, dus 24/7, met sociale media bezig. En hun gedrag verandert niet niet continu, ze gebruiken de sociale media meestal op dezelfde manier. Iets goeds is dus redelijk blijvend.

Daarbij past het vertellen van ‘mopjes’ vaak prima bij de communicatiedoelstelling, maar minder bij de USP. Merken zijn er om waarde toe te voegen, niet om grappig te zijn. Dus belangrijk is ook dat ze waarde toevoegen aan sociale media.

Het is niet zo zeer dat die constatering de grote ogenopener is. Maar vaak ontbreekt bij marketeers de kennis hoe merken praktisch aan de slag kunnen met deze 24/7-benadering.

Daarom heb ik samen met Judith Hordijk en Wilco Kaasenbrood van Hyves een model ontwikkeld dat hierop in gaat. Het zet uiteen hoe merken 24/7 gebruik kunnen maken van sociale technieken. Naar aanleiding hiervan verscheen vorige week een artikel in de Adformatie.

We krijgen er tot nu toe enthousiaste reacties op, dus het lijkt dat we een snaartje hebben geraakt.

In het model hebben we ook aandacht besteed aan de wijze waarop deze dimensies kunnen worden geïmplementeerd, wat de KPI’s zijn en hoe die gecombineerd kunnen worden met marketingactiviteiten in andere domeinen. Maar dat ging wat te ver voor dit artikel.

Mocht je daar meer over willen weten, laat het dus even weten. En geef ook een seintje als je bij de live-versie, die we binnenkort doen, wilt zijn.

Met dank aan Ton Goedknegt voor het inhoudelijke sparren.

Hier een PDF-versie van het artikel. Hier een grotere versie van het model.

Nieuw model: hoe merken 24/7 op sociale media aanwezig kunnen zijn

Het is nog een draftversie, maar ik ben er best een beetje trots op. Het bovenstaande model beschrijft hoe merken op een structurele, 24/7-wijze van sociale media gebruik kunnen maken. Voor zover ik weet, bestaat er wereldwijd nog geen model met een soortgelijke insteek. Ik heb het samen met Judith Hordijk en Wilco Kaasenbrood van Hyves gemaakt. Als je op het model klikt, krijg je een grotere versie.

De gedachte is dat veel merken succesvol bezig zijn met sociale media, maar dat dit meestal nog op een ad-hoc wijze gebeurt. En de meeste merken focussen zich op amusement, terwijl sociale media juist veel mogelijkheden bieden om op een structurele, servicegerichte wijze aanwezig te zijn, in lijn van de brand-utility-gedachte.

Het model laat zien op welke wijze merken dit kunnen doen. Het is ontstaan door bestaande sociale media cases, die een redelijke 24/7-focus hebben, intuïtief te clusteren: welke passen bij elkaar? De clusters zijn vervolgens benoemd.

Hierbij zijn er twee assen ontstaan. De mogelijkheden die links staan, hebben meer een communicatieve insteek, die naar rechts focussen zich meer op de transactie. En de voorbeelden aan de bovenkant zijn in de regel makkelijker uitvoerbaar dan die aan de onderkant.

Verder is er een viertal subclusters ontstaan, die beschrijven waarin de inspanning resulteren: een verbetering van de communicatie, merkervaring, merkpropositie of verkoop.

Omdat steeds vaker de discussie wordt gevoerd wat sociale media precies opleveren, geeft het model ook een aanzet hoe de activiteiten geëvalueerd kunnen worden. Dit wordt nog verder uitgewerkt.

Alle benaderingen worden geïllustreerd met de gevonden cases. Deze zijn puur ter illustratie, de lijst is niet volledig en het zijn niet per definitie best-practices.

Tenslotte heeft iedere benadering een letter gekregen. Hierbij is de gedachte dat bekeken kan worden welke gefaseerde strategie merken (kunnen) voeren. Veel merken beginnen bijvoorbeeld bij B. (beleving) door een informele online plek te beginnen waar van alles gedeeld wordt. Dit leidt meestal snel tot A. (communicatie), want als je volgers hebt, heb je je eigen medium. Vervolgens komt E. (service) om de hoek kijken, omdat mensen vragen gaan stellen over de geleverde producten of diensten.

Het model wordt de komende periode verder aangescherpt, maar ik ben benieuwd naar jullie indruk. We zijn op zoek naar kritiek, dus schroom niet een kritische analyse te geven. Uiteraard wordt het definitieve model voorzien van een uitgebreide toelichting.

IKEA doet kek jongerenonderzoek

IKEA heeft een groot onderzoek naar spelen gedaan. Het deed 1.000 interviews in 25 landen. Zo sprak het met 8.000 ouders en 3.000 kinderen tussen 7 en 12.

In deze video de resultaten. Kek, fris en interessant.

Meer over het initiatief op deze Facebookpagina: Facebook.com/Playreport. Daar vind je de gedetailleerde onderzoeksresultaten, kun je zelf meedoen aan het enquêtes en is er uiteraard ruimte om te discussiëren met andere ouders.

Een mooi voorbeeld hoe sociale media nuttig kunnen worden ingezet.