Marketingadviseurs kunnen leren van de HEMA

Leestijd: 2 minuten

Mijn carrière bestaat uit 2 delen. Het eerste deel leerde ik vooral dat dingen rond merken en marketing moeilijker waren dan ik dacht. Ingewikkelde termen, uitgebreide methodieken en complexe modellen.

What is it in its nature?

Deel 2 draaide om eenvoud. Wat betekent al dat ingewikkelds nu eigenlijk? Of, zoals Hannibal Lecter vroeg in Silence of the Lambs: What is it in itself? What is it in its nature?

Toen kwam ik steeds meer op simpele zaken uit. Hoe meer ik mezelf dwong het in ‘normaal Nederlands’ te beschrijven, hoe beter ik de kern begreep en hoe makkelijker het was om dingen uit te leggen. Bij alles vroeg ik mezelf simpelweg: zou m’n moeder dit begrijpen?

Ik leerde dat mensen veel ideeën, concepten of strategieën afkeuren, omdat hen simpelweg de essentie niet duidelijk wordt uitgelegd. Iets dat onduidelijk is, is niet goed. Als je voor iemand eenvoudig de kern weet te benoemen, is de kans op acceptatie veel groter.

Terug naar de eenvoud

Eigenlijk probeer ik me tegenwoordig zoveel mogelijk als de HEMA te gedragen. Simpel en duidelijk. Met zo weinig mogelijk poespas.

Maar ook zo tastbaar mogelijk. Want als je de HEMA binnenloopt, weet je precies wat je kunt kopen. Wat het verschil is tussen het ene product en het andere. Waarom product A net wat duurder is dan B. En het zijn producten die andere mensen reeds goed hebben geholpen.

Adviseurs, en helemaal marketingadviseurs, kunnen leren van deze concreetheid en standaardisatie. Reacties als ‘maar dat hangt van je budget af’, ‘ik ga kijken welke werkzaamheden hiervoor nodig zijn’ en ‘ik ga de komende week een specifiek voorstel maken’ zijn eigenlijk verkeerd.

De luiigheid van de blackbox

Het illustreert vaak luiigheid, wolligheid en een gebrek aan een leercurve. Bij iedere opdracht moet je schijnbaar het wiel opnieuw uitvinden. Je neemt je opdrachtgever mee in een blackbox. En je weet zelf niet precies wat daar uitkomt.

Als je goed je best doet naar de essentie te kijken van wat je doet, moet je in staat zijn tot een simpele basis te komen. Een basis die universeel is, net als bij de HEMA. Als je tanden vies zijn, hebben we tandpasta. Als je haar niet goed zit, is er gel. Dat er meerdere varianten zijn van de tandpasta is prima. Zolang je klant het verschil tussen met en zonder fluor direct begrijpt. En het prijsverschil direct duidelijk is.

Goed is gestandaardiseerd

Daarom kijk ik niet alleen naar eenvoud. Ik dwing mezelf bij alles dat ik doe, zaken zoveel mogelijk te standaardiseren. Een voorstel dat voor 1 opdrachtgever is gemaakt, zou ook voor 10 andere bruikbaar moeten zijn.

Immers, een echt goede oplossing heeft brede potentie. Een geïmproviseerde oplossing is alleen relevant op een specifiek moment.

En een echt goede oplossing kun je direct in je winkel zetten, zodat je klant direct weet wat je verkoopt. Zodat die zich niet hoeft af te vragen: ‘What is it in its nature?’

Mijn HEMA

Hier kun je mijn HEMA-etalage zien. Met de aantekening dat ik goede voornemens heb om het allemaal nog simpeler en concreter te maken. Ook mijn reis is nog niet ten einde.

 

Deze handige merkmodule lost je dilemma op

Leestijd: 2 minuten

Iedere marketeer herkent het dilemma wel: houd je je merkvraagstukken praktisch of pak je ze fundamenteel aan?

Enerzijds kom je een eind met een goed buikgevoel. Als je signalen uit de markt aandachtig volgt en goed naar andere merken kijkt, weet je al een boel.

Anderzijds wil je niet ‘zomaar wat doen’. Je bent je bewust van het gevaar van tunnelvisie. Plus je weet, dat je lang niet alles weet. Er zijn immers allerlei onderzoeken, modellen en inzichten, waarvan je goed gebruik zou kunnen maken.

Maar vaak leiden die weer tot trajecten met veel voeten in de aarde. Vraagstukken kunnen nodeloos ingewikkeld en academisch worden.

Dus stoei je met de bekende spanning tussen snel en goed.

Mountview’s Merkmodule

Zelf speelde ik hier ook regelmatig mee. Daarom heb ik de afgelopen jaren m’n best gedaan een goede combinatie te vinden. Het resultaat is Mountview’s Merkmodule.

De module behandelt het brede scala aan vraagstukken, dat je tegenkomt als je je marketing effectiever wilt maken.

Inhoudelijk, maar praktisch

De basis is een verzameling van onderzoeken, modellen en slimme methodieken, die ik in de loop van de jaren heb verzameld.

Maar ik merkte dat veel materiaal best hoogdrempelig is om te gebruiken. Daarom heb ik het puntig, intuïtief en interactief gemaakt.

De module is daardoor zowel inhoudelijk, als praktisch geworden. Je kunt er snel gefundeerde keuzes mee maken. Hierboven vind je een impressie.

Iedereen in de organisatie mee

Een tweede voordeel is, dat door de eenvoudige opzet iedereen in de organisatie betrokken kan worden.

Letterlijk van directie tot office-manager. Dit haalt merkdiscussies uit de academische hoek. Zo los je gelijk een ander probleem op, dat je vast wel kent: hoe krijg je de organisatie mee in je beleid?

Prototypes

Een derde voordeel speelt in op het ‘la-effect’. Nadat keuzes zijn gemaakt, belanden ze vaak in de la.

Niemand weet precies wat er mee moet gebeuren en niet iedereen blijkt dezelfde interpretatie te hebben. Het blijft bij abstracte beschrijvingen, die zweven in organisatie.

Dit wordt voorkomen door keuzes gelijk tot leven te brengen. De uitkomsten van de Mountview’s Merkmodule worden direct naar prototypes vertaald: schetsen van communicatie, services of producten, zoals hieronder afgebeeld.

Tastbaar

Het mooie van de prototypes is dat een gedachte heel tastbaar wordt. En de consequenties worden voor iedereen duidelijk.

Dit maakt een verrassend verschil. Prototypes verdwijnen niet in de la, ze gaan rond in de organisatie.

Immers, het is voor iedereen fijn om aan de slag te gaan met een concreet concept.

Testen

De schetsen zijn daarbij direct te testen, intern en extern. Dit kan bijvoorbeeld online, zoals hieronder.

Zo weet je direct of een aanname hout snijdt en welke benadering het beste werkt.

De meeste bedrijven komen hier pas achter nadat ze een flink aantal stappen, plus een boel geld, verder zijn. Onderzoek wordt meestal gedaan nadat de campagne, producten of diensten grotendeels ontwikkeld zijn.

Onderwerpen

Onderwerpen die de module behandelt zijn onder meer Positionering, Propositie, Doelgroep, Behoeftes, Kleurgebruik, Signatuur, Herkenbaarheid, Gedragsbeïnvloeding, Storytelling en Innovatie.

Ofwel, de zaken waarvan ik heb geleerd dat ze belangrijk zijn voor een sterk merk.

Live demo?

Wil je meer weten? Stuur een bericht! Ik geef je graag een live demo.

Of kijk hier voor meer informatie.

Het handige model van Kano

Leestijd: Minder dan 1 minuut

Merken bouw je tegenwoordig niet zozeer met communicatie, maar met innovatie: sterke merken vallen op met hun verrassend product of bijzondere dienst.

Verwachting en verrassing

Maar het is lastig om te bepalen welke dingen je wel moet doen en welke niet. Welke functionaliteit verwachten mensen? Welke klinken leuk, maar zitten hen uiteindelijk alleen maar in de weg? En welke zijn verrassend en creëren praatwaarde rond het merk?

Vanuit merkdenken vind ik de laatste categorie het interessantste. Veel eigentijdse merken worden groot door hun product of service een spectaculair element te geven.

Een goed voorbeeld is uiteraard Tesla: het product creëert z’n eigen communicatie. De bijzondere vorm en smaken van Tony’s Chocolonely’s repen zijn ook een goed voorbeeld. Of de verrassende service van CoolBlue.

Kortweg: een merk met een verrassende propositie heeft minder reclame nodig.

Het model van Kano

Een handig model om te begrijpen in welke categorie je product, dienst of functionaliteit zit, is het model van Kano. Ik gebruik het vaak.

Kano maakt onderscheid tussen dingen die mensen fijn vinden, verwachten, onverschillig laten, vervelend vinden of die hen verrassen.

Dit artikel beschrijft de principe van het model heel toegankelijk. Evenals de wijze waarop je ideeën, om een propositie te verbeteren, kunt evalueren.

Een leestip dus!

McKinsey: het gaat niet om NPS, maar om overweging

Leestijd: 2 minuten

Digitaal gooit allerlei marketingprincipes op z’n kop. Bijvoorbeeld rond loyaliteit. Succesvolle merken draaien niet zozeer om loyale klanten, maar om de mate waarin ze overwogen worden bij nieuwe aankopen. Dat stelt een nieuw onderzoek van McKinsey & Company.

Rondkijken

In het digitale tijdperk wordt het steeds makkelijker om producten en aanbiedingen met elkaar te vergelijken. Klanten zien steeds vaker op sociale media wat vrienden kopen. Zelfs het grootste gewoontedier gaat dan een keer rondsnuffelen.

Dit terwijl veel merken juist extra investeren in loyaliteit. Tussen 2013 en 2015 was er een stijging van 26%. Dit was mede een reactie op de steeds diffusere aankooppatronen. Meer verkopen aan bestaande klanten leek een overzichtelijke manier om omzet te stimuleren.

Interessant is dat McKinsey’s eigen loyaltyloop hier aan heeft bijgedragen. In 2009 schreef het bedrijf nog: ‘All marketers should make expanding the base of active loyalists a priority’.

 

Weinig loyaliteit

Maar inmiddels stelt McKinsey dat 58% van de ‘deelnemers’ aan een loyaltyprogramma hier niet eens gebruik van maakt. Van de 30 categorieën die werden onderzocht, bleken er slechts 3 gedreven door loyaliteit.

87% van de klanten bleek eerder aankoopgedrag niet automatisch te herhalen en bewust rond te kijken voor alternatieven. 29% van deze kijkers kwam overigens weer terug bij hun eerdere keuze. Maar de overgebleven 58% koos voor een ander merk.

CGI

Daarmee bleef uiteindelijk 42% toch loyaal. Dit is geen kleine groep. Loyaliteit is dus zeker niet ‘dood’.

Echter, McKinsey stelt dat het effectiever is om vroeg in de overwegingsset te komen. Merken die vanaf het begin door consumenten worden overwogen, hebben 2 keer zoveel kans gekocht te worden dan merken die later op dit lijstje komen.

Daarmee lijken de consultants de succesindicator van Bain & Company van de troon te willen stoten. Niet NPS, maar CGI wijst volgens hen de weg naar de regenboog: de Customer Growth Indicator.

De CGI geeft aan hoe goed het een merk lukt om in de initiële overwegingsset te komen, vergeleken met de concurrentie. De auteurs stellen dat CGI voor 60 – 80% het verschil in verkoop verklaart. Dit terwijl NPS ‘slechts’ 20 – 60% hiervan verklaard.

Aanpak

Om in de overwegingsset te komen, moet een merk 2 dingen doen. Allereerst is zichtbaarheid belangrijk. Dit kan uiteraard door media in te kopen.

Maar een innovatieve propositie werkt in dit geval ook goed. Een voorbeeld is Hyundai. Tijdens de recente recessie focuste het automerk slim op de overwegingset. Het beloofde verkochte auto’s terug te kopen van klanten die hun baan verloren. Het werd daarmee één van de weinige automerken die in deze moeilijke periode wist te groeien.

Vervolgens is het belangrijk op een slimme manier bekendheid te vertalen naar overweging. Een goed voorbeeld vinden de schrijvers l’Oreal en financiële serviceverlener Charles Schwab. Beide gebruiken sociale media en banners om mensen naar hun sites te trekken. Daar krijgen kijkers handige brand-utilities om meer van het merk te ontdekken. l’Oreal leerde bezoekers bijvoorbeeld op de juiste manier make-up aan te brengen.

Nieuwe proposities

Het advies van de auteurs is ‘Build a pipeline of innovative product, service, and brand news’.

Onderscheidende proposities en merknieuwtjes zijn een belangrijke trigger voor mensen om hun overwegingsset te veranderen. Ze blijven zo ook actiever betrokken bij een merk.

Dit kunnen nieuwe producten of producteigenschappen zijn. Of nieuwe benaderingen waarmee bestaande producten voor andere klantgroepen relevant worden.

Creditcardmaatschappijen passen hun proposities bijvoorbeeld regelmatig aan om huidige en nieuwe klanten te stimuleren hun voorkeuren te heroverwegen. Ook Apple heeft een hoge CGI-score dankzij haar innovatieve, onderscheidende producten.

Kortom: een nieuwe strijdtoneel heeft zich aangediend. En deze strijd wordt ongetwijfeld vervolgd.

Lees het artikel