Vier technologieën die brand-utilities helpen

Dit is een interessant artikel van Frog Design over de wijze waarop ICT marketing dienstbaarder maakt.

Het stelt dat vier factoren de potentie van brand-utilities vergroten.

1. Microprocessors
2. Sensors
3. Wireless connectivity
4. Databases

Lees het artikel op Harvard Business Review: The Four Technologies You Need to Be Working With.

Harvard over merken en gemeenschappen

Harvard Business Review heeft een interessant artikel over merken en communities gepubliceerd. Het richt zich zowel op online als offline gemeenschappen. Aan het artikel is veel onderzoek vooraf gegaan. Dus het is een sterke aanvulling op beschikbaar materiaal.

De inleiding gratis, evenals een overzicht van de kernpunten en een quiz om te testen of je ‘er klaar voor bent’. De rest kun je kopen.

Hier een paar interessante punten dat ik tegenkwam.

Harley-Davidson gebruikt alleen eigen medewerkers voor haar merkgemeenschappen. Dus voor evenementen worden geen derden ingehuurd.

Het bedrijf heeft een zelfstandige organisatie die hiervoor verantwoordelijk is. Deze valt direct onder de directie. Het onderwerp wordt niet benaderd als een marketingactiviteit, maar als een ondernemingsoperatie.

Mensen zijn geen onderdeel van een merkgemeenschap om status te krijgen. De motivaties zijn praktisch, bijvoorbeeld het leren van nieuwe dingen of het zoeken van steun en enthousiasme.

Pepperidge Farm kwam hier achter toen het een online gemeenschap voor kinderen introduceerde. Die begon met online spelletjes. Maar het merk leerde snel dat het beter een oplossing kon bieden voor echte problemen in het leven van kinderen, zoals frustratie, depressie en hoe om te gaan met fouten.

De meeste merken proberen conflicten te vermijden. Zoals Porsche probeerde te nuanceren dat de Cayenne niet als een echte Porsche werd gezien. Gemeenschappen zijn echter altijd ‘politiek geladen’ en bestaan vaak bij gratie van het afzetten tegen een andere groep (Apple vs. Microsoft, PlayStation vs. Xbox).

Opinieleiders zijn belangrijk voor buzz, maar in een gemeenschap speelt iedereen een even belangrijke rol. Alleen de invulling varieert. Er zijn 11 manieren waarop leden waarde toevoegen, variërend van enthousiasmeren, verwelkomen en verpersoonlijken. Een merk moet deze verschillende rollen begrijpen en ondersteunen.

L’Oréal maakt voor haar gemeenschappen gebruik van twee assen: merken met autoriteit vs. merken met conversatie en mainstream vs. niche. Ieder grid krijgt een eigen soort gemeenschap.

Met dank aan Mary.

Innovatietips van Procter & Gamble

Ik kwam dit interview tegen met A.G. Lafley, CEO van Procter & Gamble.

Het gesprek is van Harvard Business Review en gaat over innovatie. Lafley herinnert aan een paar belangrijke punten.

  • Nieuwe ideeën moet je snel testen. Dit kan met prototypes. Die kunnen heel simpel en primitief zijn. Belangrijk is vooral dat de klant ze vroeg in het proces ziet, kan aanraken en gebruiken. En vervolgens op ze kan reageren. Zo start het daadwerkelijk fijnslijpen, dat is een proces van co-creatie.
  • Bij een innovatiesessie moeten alle bazen aanwezig zijn: de juiste mensen op de juiste plek. Zo is er draagvlak en kunnen spijkers met koppen geslagen worden. De grote baas heeft hierbij liever niet de leiding.
  • Complexe organisaties moeten dingen eenvoudig maken. Lafley gaat voor een low-tech-benadering in een high-tech wereld. Ofwel, Jip & Janneke-methoden. Dat betekent geen dikke briefings, maar een document van 5 pagina’s. En een aantal posters met kernpunten of bestaande ideeën. Tijdens de brainstorm staat steeds een poster centraal. Alle posters worden afgegaan. En aan het einde wordt gekeken of er een totaalbeeld is.
  • Mensen zijn geneigd met het makkelijkste te beginnen. Neem juist eerst de moeilijkste horde, die is cruciaal. Als je die overwint, heeft de innovatie kans van slagen.
  • Iedereen mag beginnen met innovatie en de principes zijn voor alle organisatie hetzelfde, zelfs voor een bakker om de hoek.
  • De CEO moet CIO zijn (I = innovatie). Anders werkt het niet. Hij zorgt voor het draagvlak. Maar niet voor de motivatie, die komt van de positieve feedback van de klanten.

Bron: Brandcoach

Kan 220.000 euro het winnen van 200 miljoen?

Innovatie A schoot als een raket de lucht in. Het eerste jaar waren de verkopen $200 miljoen. Een duidelijke propositie, goed gepositioneerd en een sterk distributienetwerk.

Innovatie B had de eerste jaren een omzet van zo’n $220.000. Het was eigenaar van een technologie, maar de exacte klantengroep en het businessmodel waren nog onduidelijk.

Welke kies je?

Innovatie A was Vanilla Coke. Het kannibaliseerde op de bestaande producten van Coke. Na drie jaar ging het van de markt.

Innovatie B was Google.

Het moraal: kijk niet alleen naar de voor de hand liggende cijfers. Kijk ook naar de context en de lange termijn. En bedenk of je bestaande evaluatiecriteria voldoen.

Bron: Harvard Business Publishing