Is digitaal wel disruptief? Is UX ethisch? En willen merken echt verhalen vertellen?

Leestijd: 5 minuten

Vanmiddag heb ik bijleesmiddag. En sharing is caring. Dus ik deel graag de dingen die me opvielen.

Hoe destructief is digitaal eigenlijk?

Digitaal zet alles op z’n kop. Als traditionele bedrijven hier niet snel in meegaan, volgen ze Kodak richting het kerkhof. Je leest het overal. En ik roep het enthousiast mee. Maar is dat echt zo?

De obsessie van het bedrijfsleven voor digitale disruptie is volgens The Economist niet perse terecht. De revolutie heeft weinig invloed op de bestaande winsten gehad.

“If technological disruption was about to inflict a new and more devastating blow on traditional firms, you would expect to see lots of them with miserly valuations, as investors discounted a slump in their profits. Yet such firms are uncommon. Only about 40 companies in the S&P 500 have a price-earnings ratio of less than 12, which is a sign of imminent decline. That is similar to the share two decades ago and half the number of ten years ago.”

M’n persoonlijke nuancering hierbij is dat inmiddels ook bestaande bedrijven disruptief bezig zijn geweest. Ze hebben hun eigen organisaties immers flink op de kop gegooid.

Grote merken doen het nog prima

Een artikel van het Ehrenberg-Bass, het instituut van Byron Sharp, gaat verder in deze lijn. Het stelt dat dit helemaal niet het tijdperk is van de nieuwe, kleine ‘Indie’-merken.

Zij vinden het niet terug in onderzoek dat grote, gevestigde merken het nu moeilijker hebben dan voorheen.

“In summary, some leading brands are losing share, some are gaining share.  Most that have lost share have done so in growing categories, so while they are losing share of category revenue their sales revenue is often still rising. Related to this finding, we see no evidence that there has been any major change in the success of new launches.”

Zo succesvol zijn startups niet

Ook dit artikel ‘Is the ‘Startup Disrupting Big Brands’ Narrative Actually Bullsh*t?’ gaat hierop door.

“…Unilever (or P&G) isn’t getting disrupted by Dollar Shave Club, Sir Kensington’s or the dozens of other aspiring CPG startups out there hustling to win shelf-space; it’s waiting for them to get traction, then acquiring them. (…) Big brands don’t get disrupted by startups, they get disrupted by the few startups that become big brands themselves (faster than an incumbent can buy them).”

Het stuk stelt tevens dat het vandaag helemaal niet zo makkelijk meer is om een nieuw bedrijf te beginnen, zoals vaak wordt gedacht.

“What’s clear is the Amazon, Google, Facebook moment in time window is gone with Internet 2.0, and today’s internet playing field doesn’t favor the small. Get big fast, get big enough to get acquired, or shoot for a steady, stable lifestyle business. The other scenarios for your startup could be challenging.”

Maar ondertussen kachelen de digitale vernieuwers lekker door, ook al zijn het inmiddels misschien gewoon gevestigde merken.

Een goed voorbeeld is Netflix: Netflix verslaat alle verwachtingen. Het afgelopen kwartaal kwamen er 850.000 Amerikaanse klanten bij. Dat waren er 100.000 meer dan verwacht.

Aanval op Amazon

Bestaande mediabedrijven kunnen dus niet rustig achterover leunen. Een andere bedreiging komt van Amazon. Dat gooit nog veel meer industrieën op z’n kop.

‘The competitor executives at Unilever likely are losing sleep over is Amazon, which 55% of US consumers now use as their default search engine when looking for products online (not Google).”

Het is dan ook niet toevallig dat er bijzondere samenwerkingen ontstaan om deze macht tegen te gaan.

De Amerikaanse supermarkten Target en Walmart zijn eigenlijk concurrenten. Maar nu nemen ze het zekere voor het onzekere en slaan ze de handen ineen.

Hierbij worden ze, niet toevallig gezien de bovenstaande quote, geholpen door Google. De drie hopen Amazon als gemeenschappelijke vijand tegemoet te kunnen treden.

“Today Target announced that it’s making its inventory available on Google Express, the shopping service that also counts Costco, Kohl’s and Walgreens as clients. Consumers will also be able to ask Google Assistant, which is plugged into its Google Home devices, to order products.

(…) In August, Walmart announced a similar voice deal with Google that allows consumers to purchase “hundreds of thousands of items” by linking a website account to Google Assistant. Over time, Google’s technology can remember which products, sizes and flavors someone regularly buys to make check out a bit faster.

Maar deze samenwerking is niet zonder risico voor de supermarkten. Want wie van de twee noemt Google’s mondelinge assistent als eerste als de gebruiker vraagt om een nieuwe fles afwasmiddel te kopen?

“..it’s only a matter of time until they have to out-bid each other to own categories that they both sell like consumer-packaged goods and personal-goods brands.”

En er verschijnen meer kapers op de kust van Amazon. Bijvoorbeeld het Chinese Alibaba.

Dat gebruikt de resultaten van Amazon als eigen richtlijn. Het denkt Amazon op diverse vlakken zelfs te kunnen verslaan. Alibaba wil bijvoorbeeld de wereldwijde leiding rond Cloud-diensten overnemen. En eerder dit jaar lanceerde het een eigen versie van Amazons mondelinge assistent Echo.

Ethisch UX

Een lange tijd was het de uitdaging om apps en websites zo gebruiksvriendelijk mogelijk te maken. Fast Company schrijft over een nieuwe trend. Deze draait om ‘ethische interfaces’.

Bedrijven worden steeds beter in het manipuleren van hun gebruikers. Zoals Nir Eyal met z’n boek Hooked al beschreef: de behoefte om te blijven swipen op Instagram kan zo groot worden, dat het pijn doet als je hier niet aan toegeeft.

Het lijntje naar Dark Design is daarmee dun. En dus is er een noodzaak voor gedragsontwerpers om ethisch naar hun interfaces te kijken.

Een voorbeeld: als er een focus wordt gelegd op gemak, is het handig als de gebruiker zo min mogelijk hoeft te kiezen. Dus wordt er een hoop informatie verborgen. Achter de schermen gebeuren er zo steeds meer onduidelijke dingen. UX-ontwerpers hebben de uitdaging hier transparanter over te zijn.

Dat is niet alleen relevant vanuit ideale motiveren. Het gevaar is dat gebruikers zich afkeren van deze slinkse digitale interfaces.

Niet toevallig: KANTAR TNS ziet een dergelijk trend al in Nederland opkomen.

Mensen hebben steeds minder vertrouwen in de dingen die merken online doen. Bijna de helft van de Nederlanders (46%) is terughoudend, zelfs achterdochtig, als het gaat om het vastleggen van hun online activiteiten. Opvallend: zelfs als het hun leven gemakkelijker maakt, hebben mensen het liever niet. Ze verkiezen privacy boven gemak.”

Willen merken wel verhalen vertellen?

Er wordt veel verteld over Storytelling. Binnenkort geef ik hier zelfs een college over voor EURIB.

Maar Martin Weigel, hoofdstrateeg bij Wieden & Kennedy, vraagt zich af of merken wel verhalen kunnen vertellen.

There is limited appetite for conflict: Stories that succeed in shining a light into the crevices of the human soul. Stories that illuminate our place in the state things.

There is no interest in deep exploration: When did an insight unearthed and authored by a planner ever hold a candle to the examination of the human condition offered up say, by Chaucer or Dickens?

There is little appetite for genuine human truth: One struggles to think of any advertising that has expanded and educated our capacity for moral judgment. But then why should it? It has another agenda. For in the final analysis, and however it achieves it, advertising is always about the brand.

Most of what is made just isn’t a story: ..reducing story to “somebody wants something and something gets in the way” is merely the stuff of plotting and structure. Stories – good, lasting ones – are so more than just structure, plot and momentum. Pattern does not a story make.”

Tot zover mijn leesvoer. Nu weer hard aan de bak.

Nike vs. Amazon: 0 – 1

Leestijd: 1 minuut

Ik vind vernieuwing in merkenland interessant. De rode draad van mijn artikelen en colleges is dat het digitale tijdperk merken functioneler heeft gemaakt.

A voelt beter dan B

Wat ik daarmee bedoel, is dat marketing traditioneel gezien ‘de verleider’ is. Een product of service krijgt van de marketeer een emotionele saus.

Dit is de kracht van suggestie. Deze werkt zo goed, dat mensen er door beïnvloed worden. Merk A voelt hierdoor beter dan Merk B, dus hebben klanten er meer geld voor over.

Nike is hier uiteraard een goed voorbeeld van. Koop je Nike, dan voel je je een winnaar.

Nu is mijn stelling zeker niet, dat dit niet werkt of dat merken hiermee moeten stoppen. Nike heeft me vaak geïnspireerd vaker en harder te rennen, bijvoorbeeld met dit filmpje.

A is beter dan B

Maar… digitale spelers focussen zich vaak op een ander element: de basale functionaliteit. Ze maken een product of service radicaal sneller, simpeler of goedkoper.

Ofwel, het onderscheid is intrinsiek. Merk A is beter dan Merk B. De emotionele saus is hierdoor minder nodig.

Amazon is hier een goed voorbeeld van. Een boek kopen bij Amazon is sneller, simpeler, goedkoper, makkelijk (etcetera) dan bij de boekhandel. Bij de boekhandel zit meer emotie. Maar deze emotie is meestal niet genoeg om de intrinsieke achterstand te compenseren (kopen bij de boekhandel is uiteindelijk meer gedoe).

Nike levert in

In de The Wall Street Journal kwam ik dit artikel tegen: ‘Nike Thought It Didn’t Need Amazon—Then the Ground Shifted’.

Het voelt als een goede illustratie van de botsing van deze twee werelden.

“For years, Nike Inc. was one of the biggest holdouts against Amazon.com, refusing to provide its sneakers and athletic clothing for sale on the hulking e-commerce site. Its products were so cool, the company reasoned, it didn’t need or want the help.

Recently, Nike reversed course. Behind that decision lies a dramatic shift in the balance of power between brands and Amazon.”

Goed of slecht nieuws?

Dat de winst van Amazon niet perse goed nieuws is, kun je hier overigens lezen, in een artikel van Vice.

 ‘Amazon Is Trying to Control the Underlying Infrastructure of Our Economy’

“Companies that want to reach the market increasingly have no choice but to ride Amazon’s rails. (…) to describe Amazon as a retailer is to misunderstand what the company actually is, and to miss the depth of the threat that it poses to our liberty and the very idea of an open, competitive market.”

Amazon Go: revolutionaire winkel van steen

Leestijd: Minder dan 1 minuut

amazongo

Amazon vind ik bijzonder fascinerend. Het merk innoveert als een dolle. En gooit daarmee allerlei marketingprincipes op z’n kop. Bijvoorbeeld dat je moet respecteren dat je merk in een vastomlijnde categorie zit.

Tegelijkertijd heeft een enorme focus. Een rode draad in Amazons innovaties is bijvoorbeeld Sneller en Goedkoper. En steeds als ik denk dat daar de rek wel uit is, word ik wederom verbaasd.

Amazon Go is zo’n voorbeeld. Opvallend omdat hier een ‘echte supermarkt’ betreft. En omdat ook hier het onderscheid zit in snelheid. Want je kunt naar binnenlopen, producten direct in je tas doen en weer naar buiten lopen.

Four years ago we asked ourselves: what if we could create a shopping experience with no lines and no checkout? Could we push the boundaries of computer vision and machine learning to create a store where customers could simply take what they want and go?

Our answer to those questions is Amazon Go and Just Walk Out Shopping.

Hoe dat werkt, vertelt dit filmpje…

De winkel zit in de beta-fase en is alleen open voor medewerkers van Amazon. Volgende jaar gaat hij echt open.

Bron: VentureBeat

Citibank wil de Amazon van bankieren worden

De rationale achter de brand-utility is eenvoudig: een merk kan beloven iets te doen, maar het is beter dit te bewijzen. Dit kan met een app, waarmee een bank het makkelijker maakt om betalingen te doen. Dit werkt beter dan een bank, die slechts belooft betere service te bieden.

Echter, het grote nadeel van een brand-utility is dat zeggen makkelijker is dan doen. Zeggen is reclame, doen is innovatie. En innovatie is een witte walvis: bijzonder inspirerend, maar lastig om grip op te krijgen.

Daarom komen veel brand-utilities niet verder dan ‘een leuke appje’. Het zijn initiatieven die lokaal binnen een organisatie worden geïnitieerd. Wat ontbreekt is een fundamentele visie van de top. Een echte brand-utility draait om een breed gedragen benadering van klantgerichtheid.

Citibank heeft daarom mijn interesse. Het profileert zich al een tijdje met de ambitie om de brand-utility holistisch op te pakken. Het introduceert zelfs een centraal motto: Citibank wil de Amazon van bankieren worden. Financiële zaken moeten net zo makkelijk worden als het kopen van een boek bij Amazon. Ofwel, gemak moet een onderdeel van het merkessentie worden.

In dit kader introduceert Citibank aangepaste betaalautomaten. Deze onthouden je voorkeuren, zijn beschikbaar in zes talen en zijn sneller in gebruik. Je kunt bijvoorbeeld al je saldi checken in één, overzichtelijk scherm.

De bank vergemakkelijkt ook het gebruik van haar mobile app: je checkt je saldo met één druk op de knop, zonder dat inloggen nodig is.

Het experimenteert tevens met andere vormen van servicegerichtheid. In New York is er bijvoorbeeld een verhuurservice voor fietsen.

Citibank benadrukt dat deze initiatieven slechts een begin zijn. Het merk wil een eenduidig, klantgericht gezicht bieden over al haar kanalen. Op deze manier probeert het het vertrouwen terug te winnen van de klant. Dit heeft na de financiële crisis van 2008 een danige deuk opgedaan.