Boek over online marketing: Alle 13 Goed!

Een tijdje geleden ben ik geïnterviewd over online marketing. Dit was voor het boek van Cor Hospes: Alle 13 Goed. Zijn motto: alle marketeers zijn schijters! Eerder schreef hij Guerrillamarketing.

Het boek is uit, dus graag geef ik het bij deze aandacht. Het behandelt onderwerpen als zoekmachinemarketing, sociale netwerken, crowdsourcing en legt uit hoe je online momentum kunt maken. Zelf ben ik geïnterviewd over het onderwerp Brand utility.

Hier kun je een demoversie downloaden. En hier kun je enkele trailers zien met de ongezouten mening van de auteur.

Lachen met de nieuwe PayPal-campagne

Reclame is vervelend. Maar boeken zijn leuk om te lezen. Beide zijn vormen van content.

Interessant: kun je reclame maken die mensen bewust lezen, in plaats van te vermijden? Ofwel, kun je een advertentie net zo leuk maken als een boek?

Met PayPal heb ik hieromtrent rond de tafel gezeten. Doel: hen als ‘betaalvriend’ meer gezicht te geven.

Het boek werd een stripboek. Want we kwamen terecht bij Mark Retera. Hij heeft strips gemaakt met de boodschap ‘Koop je iets? Maar krijg je het niet? Dan geeft PayPal je geld terug‘.

Ik ben erg blij met het resultaat. Want ik moet nog steeds lachen als ik de strips lees.

Er zijn er meer. De 5 strips en 3 cartoons kun je hier in een groter formaat lezen.

Innovatietips van Procter & Gamble

Ik kwam dit interview tegen met A.G. Lafley, CEO van Procter & Gamble.

Het gesprek is van Harvard Business Review en gaat over innovatie. Lafley herinnert aan een paar belangrijke punten.

  • Nieuwe ideeën moet je snel testen. Dit kan met prototypes. Die kunnen heel simpel en primitief zijn. Belangrijk is vooral dat de klant ze vroeg in het proces ziet, kan aanraken en gebruiken. En vervolgens op ze kan reageren. Zo start het daadwerkelijk fijnslijpen, dat is een proces van co-creatie.
  • Bij een innovatiesessie moeten alle bazen aanwezig zijn: de juiste mensen op de juiste plek. Zo is er draagvlak en kunnen spijkers met koppen geslagen worden. De grote baas heeft hierbij liever niet de leiding.
  • Complexe organisaties moeten dingen eenvoudig maken. Lafley gaat voor een low-tech-benadering in een high-tech wereld. Ofwel, Jip & Janneke-methoden. Dat betekent geen dikke briefings, maar een document van 5 pagina’s. En een aantal posters met kernpunten of bestaande ideeën. Tijdens de brainstorm staat steeds een poster centraal. Alle posters worden afgegaan. En aan het einde wordt gekeken of er een totaalbeeld is.
  • Mensen zijn geneigd met het makkelijkste te beginnen. Neem juist eerst de moeilijkste horde, die is cruciaal. Als je die overwint, heeft de innovatie kans van slagen.
  • Iedereen mag beginnen met innovatie en de principes zijn voor alle organisatie hetzelfde, zelfs voor een bakker om de hoek.
  • De CEO moet CIO zijn (I = innovatie). Anders werkt het niet. Hij zorgt voor het draagvlak. Maar niet voor de motivatie, die komt van de positieve feedback van de klanten.

Bron: Brandcoach

Brand Utility: van klanten naar abonnees

Vandaag werd ik gebeld door mijn bank. Of we even konden bijpraten. Nu heb ik beleefd gevraagd of dit ook telefonisch kon. Zo’n gesprek heeft voor mij weinig toegevoegde waarde, zo leerde ervaring eerder. Hoe vriendelijk het ook was bedoeld.

Kortom: de bank heeft moeite continuïteit in de relatie te brengen.

Nu ben ik ben fan van de ‘marketing als service’-benadering. De brand-utility is hier een voorbeeld van.

Interessant hierbij is dat functionaliteit de vorm krijgt van een promotie. En zo’n promotie heeft meestal een hogere frequentie dan de aankoop van een product.

Vergelijk: een Nike+ koop je 1 keer. Maar je logt veel vaker in op de Nike+ site om gebruik te maken van de aanvullende functionaliteit die wordt aangeboden. Bijvoorbeeld om te zien hoe hard anderen rennen.

En zo is het net met de iPhone. Eenmaal koop je een product, regelmatig koop je een app.

Joseph Pine stelde dat je voor een goede ervaring geld kunt vragen. En zo is het net bij een branded utility: als het goed is, voegt deze waarde toe. En als deze waarde toevoegt, zijn mensen bereid ervoor te betalen.

Nu is het meestal handiger in plaats van geld aandacht te vragen. Daarmee creëer je immers een efficiënt promotie-instrument. Consumenten komen nu op jou af, omdat ze er iets van waarde voor terugkrijgen.

Maar natuurlijk kun je ook gewoon geld vragen voor een dergelijke dienst. Zoals bijvoorbeeld Apple doet.

Interessant is dan dat je door de hogere frequentie een ander soort relatie met een klant krijgt. Een klant wordt een soort abonnee. Het is vergelijkbaar met het Gillette-model. Eén keer koop je een printer, regelmatig koop je inkt.

Een relevante vraag is daarom de volgende: wat moet je met je merk doen om van klanten abonnees te maken? Welke terugkerende handigheid moet je bieden, zodat je niet na een aankoop in radiostilte vervalt?

Een leuke oefening voor de volgende brainstorm.

Bron: 180360720 / Seth Godin.